De pijn van mijn hart

Vanwege de pijn in mijn hart besloot ik in gesprek te gaan met dat hart van mij, al schrijvend. En terwijl ik schreef wat op kwam, schreef ik niet alleen vanuit mijn hart, ik schreef vanuit mijn pijn. Ik schreef vanuit mijn innerlijke cynicus, mijn onmacht én de liefde voor mezelf. En ze bleken allemaal een andere toon te hebben.

Ik vroeg aan mijn hart: “Lief hart, wat zeg je mij vandaag? Wat wil je eigenlijk van mij?”. Waarom doe je steeds zo’n pijn? Mijn hart antwoordde: “Ruimte, rust,
loslaten…. “. “Wat mag ik loslaten zodat jij ruimte krijgt?” Mijn hart antwoordde tot mijn eigen verwondering: “Je angst, je pijn om verlaten te worden.“ Ik was verrast en vroeg mezelf af: “Ben ik bang om verlaten te worden? Dat wist ik niet… dat schrijf ik nu…. “.
En vroeg mijn hart: “Is dat mijn diepste angst?”. Haar antwoord was helder: ‘Jazeker’. “En door wat of wie ben ik verlaten dan?” “Door jezelf, door je liefde voor jezelf, door jouw God.” Een even helder als complex antwoord.

“Ben ik dan al eens verlaten door mijn liefde, door mijn God?”, was daarop mijn vraag. “Ja, je hebt jezelf verlaten en je hebt God verlaten. Daarmee ben je ook verlaten.”
Daar kon ik even over nadenken en vooral ook voelen. Het drong tot mij door dat verlaten zijn het zelfde is als je zelf verlaten. Waarop ik mezelf de vraag stelde hoe ik mezelf niet kan verlaten. Wat kan ik doen om weer de liefde voor mezelf te voelen?

Op die vraag kwam meteen de Cynicus in mij om de hoek en met commentaar dat je wellicht herkent: “Haha… liefde voor jezelf.. lekker cliché! Wat moet je daar nu mee?” Ik antwoordde Cynicus: “Nou gewoon, houden van mezelf, is toch mezelf leuk vinden, mezelf toelachen, mezelf genoeg vinden. En ook uiten wat ik wil, waar ik van hou en vragen om wat ik nodig heb.” Maar ik vroeg het nogal vragend.
De reactie van Cynicus was simpel: “En hoe voel je dat dan?”
“Nou gewoon als ik blij ben, als ik open ben. Me tevreden voel van binnen. Een soort zachtheid die er dan is van binnen.”
Cynicus reageerde onmiddellijk met harde woorden: “Zachtheid, daar bereik je toch niets mee in dit leven? Je moet gewoon jezelf bij elkaar rapen en doorgaan, ondanks alles. Door gaan en er door heen gaan.Jezelf optrekken en stoppen met die negatieve gedachten, die angst slaat nergens op dat weet je toch wel. Zit alleen maar in je hoofd.”

Mijn lijf ging pijn doen van deze reacties, deze gedachten. Alsof het niet waar is dat het goed voor mij is om zacht voor mezelf te zijn, om mezelf lief te hebben. Ik besloot dat het tijd was om nog dieper te gaan. En ik ging terug naar de kern van de pijn in mijn hart: de angst om verlaten te worden. Ik moest mezelf nog een keer vragen: “Waardoor verlaten?”.
Het eerste antwoord ging over verlaten zijn door de liefde… En dan gaat mijn aandacht toch eerst naar de menselijke liefde. De pijn van dat soort liefde heb ik mijn hele leven gevoeld, de pijn van de liefde van anderen. Of eigenlijk het gebrek aan liefde van anderen. “Oh, hoe zo dan?”, vraagt mijn Hoofd. “Ach Hoofd, ik ben zo vaak verraden in mijn liefde. Mijn liefde voor de ander. De ander die mij niet kon nemen zoals ik was.” “En nam jij jezelf dan zoals je was?”
“Eh nee…. Ik ging er vanuit dat wat de ander over mij zei waar was!”

Tja,vanuit die pijn kon ik me ook lange tijd afsluiten. Dan had ik de regie in handen. Kon niemand mij pijn doen. Ik negeerde de pijn die al in mij zat. Totdat die pijn zo voelbaar werd, dat het fysiek werd en ik het echt niet meer kon negeren. En al een tijdje lukte dat afsluiten niet meer. Uiteindelijk bleef mijn hart grotendeels open. Dacht ik. Voelde ik.

Een belangrijke vraag voor mij op dat punt was: Wil ik nog leven nu ik zo diep verlaten ben door de liefde? Want leven zonder liefde is kil, eenzaam, leeg. Ik wist ook niet hoe ik van mezelf moest houden of hoe ik het vol kon houden in het leven zonder liefde.
“Ja dat snap ik”, zei Cynicus. “Want hoe ziet dat leven er dan uit? Chocola eten, naar de sauna gaan, in de tuin werken, Nero aaien? Allemaal boeiend, maar het vervult niet.”

Daarop stelde ik mezelf de vraag: “Hoe komt dat toch? Wat is er werkelijk nodig om mezelf met liefde te vullen?” Mijn hart vraagt: “Zijn er niet toch momenten dat je wel liefde voor jezelf voelt?”
Ja, die zijn er eigenlijk wel: als ik helemaal in verbinding ben met mijn hoger zelf, mijn ziel, de nieuwe energie, als mijn gedachten n soort van stilstaan, als ik gegrond ben op mijn manier en als ik dan ook nog schoonheid om me heen ervaar, dan kan ik liefde voelen. Dan wordt het een beetje warm rond mijn hartchakra. Dan voelt het als een stroompje van binnen.

Terwijl ik dit schrijf word ik moe en de pijn in mijn bovenrug speelt verder op. Ik ga nog maar even wat dieper voelen. Ik voel me echt door alles en iedereen verlaten. Dat is vast een heel oud gevoel. Dan herinner ik me dat er een lied was waar ik altijd heel verdrietig van werd. Dat lied raakte me als kind al zo diep. Het verlangen dat ik erin voel, de pijn, het verdriet. En het beeld dat er voor mij bij hoort is een kind dat op een verlaten strand loopt en heel diep eenzaam is.

Dat kind voel ik me nog steeds. Ik mis een moeder en ik ben nog steeds niet in staat die moeder aan mezelf te geven. Ik mis liefde en kan het niet aan mezelf geven. Maar durf ook de liefde van een ander niet toe te laten. Stel dat ik me vergis, dat ik me open en het toelaat. En dan? Word ik weer verlaten, zoals al zo lang… zo vaak… zo veel?

In de dagen nadat ik dit geschreven heb, ben ik afwisselend blij en verdrietig. Ik ben ook nog steeds verrast door mijn eigen inzicht van de onderliggende pijn. Ik merk dat ik tijd nodig heb om dat verdriet te voelen en dat het daardoor langzaam oplost. Ik weet nog niet waar ik straks uit kom, maar voor nu is het goed.

Herken je zelf dingen in dit verhaal? Ben je geraakt door wat ik schrijf? Misschien voor jou ook fijn om eens in gesprek te gaan met je lijf, met je hart. En dan te schrijven wat er in je opkomt. Beluister het lied en laat het je raken.

En kom je er niet uit? Dan weet je me te vinden!

Liefs, Gemma